Internetridders die schreeuwen dat de film mensen aanzet tot geweld. Politie- en militaire diensten die extra beveiliging inzetten rond bioscopen. Journalisten die niet meer welkom zijn op de première omdat ze wel eens moeilijke vragen zouden stellen. En een Gouden Leeuw! Todd Phillips’ Joker is al weken niet meer weg te slaan uit de internationale filmactua en veroorzaakt de ene controverse na de andere. Maar is het eindproduct dat allemaal wel waard?

Zoals de titel al verklapt is Joker de zoveelste herinterpretatie op het witte doek van Batmans bekendste antagonist. The Dark Knight is ditmaal wel nergens te bespeuren. Joker trakteert ons namelijk op de ontstaansgeschiedenis van de Clown Prince of Crime. Diens echte naam is Arthur Fleck (Joaquin Phoenix), een schriele nobody die in een troosteloos en door criminaliteit geplaagd Gotham werkt als cliniclown. Hij woont op een onguur appartement met zijn moeder (Frances Conroy), slikt pillen om zijn mentale problemen onder controle te houden en wordt door iedereen behandeld als een stuk zwerfvuil. Wanneer zijn leven een drastische wending neemt en Arthur meer over zichzelf ontdekt, besluit hij om zijn lot in eigen handen te nemen.

Klinkt allemaal nogal serieus, right? En dat is het ook. Todd Phillips en Joaquin Phoenix slaan met deze prent de handen in elkaar voor een zeer grauwe, nihilistische blik op ieders favoriete Batmanschurk. Je wordt verplicht om een man te volgen die gebukt gaat onder waanideeën en verregaande psychologische mankementen. Die mankementen zorgen ervoor dat Fleck zichzelf makkelijk in een slachtofferrol wringt. Het hoofdpersonage is een figuur die zich snel verongelijkt voelt en daardoor een beroep doet op extreme middelen en handelingen om zij die hem hebben verongelijkt een koekje van eigen deeg te geven.

Dit is de eerste film-Joker die een funfactor mist en daar wringt het schoentje in deze comicverfilming. Tot nu toe was The Joker – van Cesar Romero via Jack Nicholson over Heath Ledger tot Jared Leto – een figuur die op een perverse en anarchistische manier aantrekkelijk bleef. De eerdere filminterpretaties van het personage waren steeds gewetenloze monsters die plezier haalden uit hun monster-zijn. De Joker van Romero is een brok cartooneske kitsch, Nicholson leverde een Joker af die zich rot amuseert als crimineel meesterbrein, Ledger zijn clown legde op aanlokkelijke wijze onze dagdagelijkse hypocrisie bloot en zelfs die van Leto zag de grap in van zijn misdadig gedrag. Allemaal personages die elementen bevatten die je als kijker nog kunnen fascineren, amuseren of zelfs aanspreken.

De Joker van Phoenix mist die elementen. Haal elke referentie naar de strips en de bekende make-up weg en je blijft achter met een portret dat je met een zeer onbehaaglijk gevoel achterlaat. Arthur Fleck bezit als personage niets dat je aanspreekt als toeschouwer. De waanzin waarin de figuur wentelt en steeds meer in wegglijdt werpt een immense barrière op tussen jou en het witte doek. Gevolg: een zeer koele, afstandelijke filmervaring die afstoot. Je bekijkt de evolutie van Fleck vanop een afstand omdat Phillips je als kijker nergens een houvast geeft.

Je vraagt je daarom af wat precies de bedoeling is van Phillips. Want ook al doet de film zich nogal belangrijk voor, veel schuilt er niet echt onder de motorkap. Joker heeft niets substantieel te zeggen over geesteszieken en schiet tekort als relevante brok maatschappijkritiek. Je kan eventueel nog wel een boodschap ontwaren over de huidige staat van de hulpverlening voor mensen met psychologische problemen, maar daar stopt het. Het doel van de filmmaker lijkt niet meer dan een pikdonkere film afleveren. Punt.

Phillips mist de belangrijkste lessen van inspiratiebron Martin Scorsese. Ja, Taxi Driver (1976) en The King of Comedy (1982) waren films over mensen die heel wat vijzen los hebben, maar de regisseur gaf zijn verhalen wel een mooie dosis ironie mee. Joker mist dat brokje ironie, wat het moeilijk maakt om Fleck te vergelijken met personages als Travis Bickle en Rupert Pupkin. Zelfs die twee zouden achteruitdeinzen moesten ze Fleck ontmoeten. Het personage dat Phoenix creëert past dan ook eerder op de achterbank van Travis Bickle dan aan zijn stuur. Een gek die zo ver heen is dat je er enkel maar met afgrijzen en wantrouwen kan naar kijken.

Joker is vooral een film die steunt op een acteerprestatie en sfeerschepping. Natuurlijk is Phoenix indrukwekkend in de hoofdrol, ook al doet de prestatie soms opvallend veel denken aan Phoenix zijn rol in The Master (2012). Weinig acteurs die zich zo kunnen inleven in een een personage als hij. De lach, het gespannen lichaam en de slungelige bewegingen voegen allemaal ietsje extra toe aan de akelige verschijning van Fleck. Denk daar de groezelige seventies-achtige setting bij en je hebt wel een film die je op doeltreffende wijze kippenvel bezorgt. De muziek van Hildur Guðnadóttir is met voorsprong het ijzingwekkendste onderdeel van Joker. Maar ook het kille camerawerk van Lawrence Sher en het productiedesign van Mark Friedberg verdienen een terechte vermelding.

Phillips doet zijn uiterste best om van Joker geen alledaagse film te maken. En dat lukt hem. Dit is makkelijke de meest gedurfde stripverfilming sinds The Dark Knight (2008). We zouden zelfs durven zeggen dat dit een van de meest gewaagde Hollywoodstudiofilms van het decennium is. De ballen die de makers van deze prent aan de dag leggen, kunnen we dus enkel maar aanmoedigen. Joker is een opzichtige liefdesbrief aan films uit de jaren 70 en 80 die met plezier een kopstoot uitdeelden en de duistere kant van mens en maatschappij opzochten. De The Hangover-regisseur wil koste wat kost een gelijkaardig effect bekomen.

Levert dat een gevaarlijke film op, zoals vele media beweren? Niet echt. Joker doet geen dingen die nog nooit eerder gedaan zijn. En de film sympathiseert allesbehalve met zijn protagonist. Dat de film een moreel kompas mist, vormt wel een probleem. Die was in het verleden steeds aanwezig in de vorm van Batman. Maar Phillips maakt nooit de cruciale fout om zich volledig te verliezen in de gewelddadige mythologie van de Joker waardoor de hoofdfiguur als een held wordt geportretteerd.

Maar sfeer, durf en sterke acteerprestaties verbergen in dit geval wel niet het oppervlakkige scenario. Fleck is uiteindelijk een oninteressant personage. Een figuur uit de marge van een wereld die waarschijnlijk veel boeiendere verhalen verbergt. Tijdens de aftiteling zit je niet met het gevoel dat je net naar de historie hebt gekeken van die geweldige gek die ooit Bruce Wayne het vuur aan de schenen zal leggen. Maar eerder naar de onvolmaakte studie van een geest met ongeneeslijke littekens die een dans der waanzin danst die allesbehalve aantrekkelijk is. Tijd om The Joker terug fun te maken.