De grote filmkleppers staan pas vanaf maandag op onze agenda. Dat gaf ons dit weekend tijd om enkele kleinere titels te ontdekken uit het immense filmaanbod van het Filmfestival van Toronto. Met een gemengd resultaat als gevolg.

The True History of the Kelly Gang

Na Macbeth en Assassin’s Creed waagt Justin Kurzel zich aan een nieuwe vertelling van het verhaal van de legendarische Australische outlaw Ned Kelly. Hij mikt wel niet op een trouw historisch verslag, maar doet volledig zijn eigen ding met de crimineel zijn misdadige uitspattingen. Kurzel heeft met zijn nieuwste een sfeervol en broeierig geweldsepos gemaakt dat zich het hoofd breekt over de gewelddadige achtergrond van Australië en amusante bijrollen in de aanbieding heeft van Russell Crowe en Nicholas Hoult. Als portret van een historisch personage komt deze film wel iets minder sterk uit de hoek en voelt de prent veel te onevenwichtig aan. We zaten zelfs met een klein dèjà-vu-gevoel.

Rocks

Na haar samenwerking met enkele grote Hollywoodnamen voor Suffragette kiest regisseur Sarah Gavron terug voor een kleinere aanpak met een Brits sociaal drama dat bruist en leeft dankzij een cast van jonge acteerdebutanten. Rocks volgt hoe een jong meisje samen met haar jongere broer probeert te overleven in het hedendaagse Londen wanneer hun moeder plots met de noorderzon verdwijnt. Wat opvalt is Gavrons empathie voor haar jong hoofdpersonage en hoe ze de jeugdige diversiteit van een grootstad weet te vangen met haar camera. De chemie tussen de meisjes die het gezicht van dit Britse drama vormen is aanstekelijk en wist in Toronto alvast een goed gevulde zaal te verwarmen.

Spider

Dit was een moeilijk beestje. Dit Chileense drama laat je kennismaken met drie fascistische vrijheidsstrijders die tijdens de turbulente jaren 70 in Chili een complexe driehoeksverhouding met elkaar aangaan. Maar het vraagstuk waar je na de film mee blijft zitten is: “waarom moet ik geven om de romance tussen drie figuren met verwerpelijke politieke motivaties?” Regisseur Andrés Wood slaagt er niet in om zijn film moreel op een voldoening gevende manier af te sluiten en laat je achter met een flauwe boodschap over hoe het verleden ons kan blijven achtervolgen. Toegegeven: de film zit in een aanlokkelijk jasje en het springen van heden naar verleden werkt, maar het dubieuze karakter van het eindproduct staat die elementen in de weg.

The County

Ondergetekende was dol op Rams, de vorige film van het IJslandse regietalent Grímur Hákonarson. Met The County maakt hij minder indruk, maar toch is hij er nog in geslaagd om een charmante film af te leveren over een melkboerin die na de dood van haar man ingaat tegen de monopolistische landbouwmachten die de boeren in IJsland in het gareel houden. De manier waarop ze dat doet, doet sterk denken aan Frances McDormand in Three Billboards Outside Ebbing, Missouri. The County is vergeleken met die film minder een kakafonie van stijl en toon. De bescheidenheid waarmee dit kleinood zich presenteert is dan ook bewonderenswaardig. IJslandse cinema leeft, jongen en meisjes!